
Een router is een combinatie van drie apparaten: Een router, een switch en een Access Point.
Router: Voor het aansluiten van je eigen netwerk aan het internet.
Switch: Om in je netwerk meerdere bekabelde apparaten aan te sluiten.
Access Point: Geeft de mogelijkheid om ook draadloos apparaten op je eigen netwerk aan te sluiten.
Een router van Ziggo, KPN etc heeft ook nog een modem ingebouwd. Dit modem zet de inkomende coax, glas of telefoonlijn om naar een Ethernet aansluiting. Een combinatie van zelfs vier apparaten in één dus.
Wanneer je de WAN poort (blauw) aansluit op een bestaand netwerk, bijvoorbeeld achter een Ziggo modem/router dan worden deze netwerken gescheiden. Je ziet dan bijvoorbeeld geen printers die direct op de Ziggo router staan aangesloten. Wel zo handig en een stuk veiliger.
Wel moet je ervoor zorgen dat vanuit de eigen router een andere IP-range wordt gebruikt. Een Ziggo router gebruikt meestal het 192.168.178.1 netwerk en deelt via de DHCP server adressen van bijvoorbeeld 192.168.178.10 tot 192.168.178.254 uit.

Er is afgesproken dat de volgende IP-ranges als lokaal gebruikt kunnen worden. Alle andere zijn publieke internet adressen en kan je dus niet lokaal gebruiken:
Privé-IP-bereik klasse A: 10.0.0.0 – 10.255.255.255
Privé-IP-bereik klasse B: 172.16.0.0 – 172.31.255.255
Privé-IP-bereik klasse C: 192.168.0.0 – 192.168.255.25
Wanneer je een router direct op een LAN poort (geel) naar het Ziggo netwerk aansluit dan dien je de DHCP server uit te zetten op de eigen router. Anders delen zowel de Ziggo router en je eigen router IP adressen uit in hetzelfde netwerk. Hierdoor zal het hele Ziggo netwerk problemen krijgen.